“Hoe kunnen we er in onze regio voor zorgen dat jaarlijks alle BBL-studenten een leerwerk baan krijgen en behouden?”

Monique List
14-12-2012    Redactie    Nieuwsarchief

Wethouder Monique List

Door het uitblijven van economisch herstel en het gegeven dat veel bedrijven in zwaar weer zitten op dit moment, komen stages en arbeidscontracten van o.a. studerende jongeren onder druk te staan. Door de toename van ontslagen bij deze jongeren worden de BBL-opleidingen kleiner en zijn studenten tijdens hun opleiding ongewild genoodzaakt voortijdig te stoppen. Soms kiest men bij voorbaat voor een BOL-opleiding, terwijl men eigenlijk een keuze voor leren en werken heeft gemaakt. Dit alles leidt de laatste jaren tot een toename van het aantal voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie met alle maatschappelijke gevolgen van dien.

Als portefeuillehouder van o.a. economische en sociale zaken, arbeidsmarktbeleid,  beroepsonderwijs en hoger onderwijs gaf de wethouder graag gehoor aan het verzoek van de betreffende bestuurders. De gemeente wil graag een faciliterende rol vervullen, aldus de wethouder. Zij voegde eraan toe dat het onderwijs en het bedrijfsleven samen een gedeelde verantwoordelijkheid hebben bij dit thema, maar dat ook de gemeente te maken heeft met mogelijke economische en maatschappelijke gevolgen.

Aan de uitnodiging werd breed gehoor gegeven, waaruit kan worden afgeleid dat er een grote betrokkenheid bij het onderwerp bestaat. Zo waren er vertegenwoordigers namens FME (ondernemersorganisatie voor de  technologisch industrie), United Brains /Fontys, de Metaalunie, de Bouw, Brainport Development, Spomm, Vakcollege Eindhoven en ROC Eindhoven, Brabantse en Zeeuwse Werkgevers, Brainport Industries, Kenteq en de gemeente Eindhoven.

De vraag die aan ieder gesteld werd luidde “Hoe kunnen we er in onze regio voor zorgen dat jaarlijks alle BBL-studenten een leerwerk baan krijgen en behouden?”

Als start van de bijeenkomst vertelde iedere deelnemer op welke wijze hij betrokken is bij het plaatsen en herplaatsen van studenten in bedrijven en welke kansen hij zag voor intensivering van de samenwerking met andere partners aan het overleg. Al gauw bleek dat er een stevige infrastructuur in de regio bestaat die regisserend werkt naar onderwijs en bedrijfsleven. Er bleek ook geen behoefte aan nieuwe (granieten) structuren, maar men wilde vooral bestaande contacten verder verbeteren. Verder constateerde men dat de bestaande infrastructuur naar buiten nog onvoldoende herkend wordt en bekend is en dat deze dus meer gepromoot dient te worden.

Er was duidelijk behoefte aan het met elkaar in gesprek gaan over het inzetten van preventieve acties voor de langere termijn om te voorkomen dat bedrijven en opleidingsinstituten op de kortere termijn  “omvallen” . Laten we nadenken over wat we op de langere termijn, laten we zeggen over 5 jaar, in deze regio nodig hebben en probeer los te komen van de eigen korte termijn belangen. Deze hartenkreet werd o.a. vanuit de Bouwbranche ingebracht. Ook hier werd een nadrukkelijk beroep gedaan op de regisserende rol van de gemeente om belanghebbenden bij elkaar  te brengen.

Betrokken partijen dienen elkaar voortdurend scherp te houden. Soms heiligt het doel sommige middelen. Als voorbeeld werd een z.g. brandbrief genoemd die er in de regio voor zorgde dat er ineens 90 BBL-ers geplaatst konden worden. Men concludeerde dat een negatieve inhoud toch iets heel positiefs had opgeleverd.  

De bijeenkomt van 12 december j.l. was een Eindhovens initiatief, maar er bleek duidelijk behoefte te bestaan aan regionale verbreding, gekoppeld aan een regionaal opleidingsplan dat gebaseerd is op de behoefte van de regionale arbeidsmarkt. Een plan dat sturend dient te zijn voor het onderwijs en dat daar gepromoot dient te worden.

In de rondvraag werd ROC Eindhoven uitgenodigd om een initiatief te nemen tot het “out of the box” denken. Een klein platform dat concrete ideeën formuleert voor de langere termijn en daarbij het eigen referentiekader zoveel mogelijk loslaat.

De wethouder sloot de bijeenkomst met de opmerking dat zij enkele keren per jaar deze groep mensen bij elkaar zou roepen om de stand van zaken op dat moment gezamenlijk weer op te maken. 

Verder worden de opmerkingen die vandaag gemaakt zijn, omgezet in concrete acties.