Project “potentiele schoolverlaters 3 mavo”

Dit werkt!
24-03-2015    Redactie    Nieuwsberichten

Jeroen Vreven

Jeroen Vreven: ‘Leerjaar één mavo is voor de leerling nog een vrij beschermde omgeving en meestal gaat het dan ook nog wel oké. In leerjaar twee en drie zien we meer problemen ontstaan, de pubertijd slaat dan vaak in alle hevigheid toe en is er meer kans op uitval. Vooral bij uitval in leerjaar drie zijn er weinig opties na uitval en we zijn er dan ook extra alert op om uitval in dit derde leerjaar te voorkomen.’

In november/december hebben de mentoren een gesprek met potentiële uitvallers (sociaal/cijfermatig) en vullen dan het formulier ‘potentiële schoolverlaters’ in voor het leerlingendossier. In het verleden vonden dit soort gespreken ook plaats maar dit waren dan vaak motivatiegesprekken waar de leerling ‘ja, ja, dat zal ik doen’ op zei maar waarbij niets of weinig gebeurde. Nu wordt de vraag bij de leerling neergelegd ‘wat kan jij zelf doen?’. We geven de leerling wel handvaten maar het moet uit de leerling zelf komen. De afspraken/ het plan van aanpak wordt dan vervolgens vastgelegd in het formulier.

In de periode januari/februari versturen we een brief aan alle leerlingen die niet regulier bevorderd zouden worden. Dit geldt ook voor de potentiële uitvallers om aan te geven dat het niet goed gaat. We sturen de potentiele schoolverlater daarnaast naar het decanaat. In het derde leerjaar zijn er niet zo heel veel mogelijkheden bij uitval en het is belangrijk dat een leerling zich hier ook van bewust is. De decaan bespreekt de mogelijke opties voor leerlingen wanneer ze bij het eindrapport niet bevorderd zouden worden. We gaan dan ook opnieuw in gesprek met de leerling ‘jij zou dit en dat doen en wat is daar van terecht gekomen?’. De mentoren hebben daar waar nodig contact met de ouders naar aanleiding van de rapportvergadering.

Bij de leerlingbespreking in april sturen we alle leerlingen uit het derde leerjaar de brief ‘voorlopig schooladvies’. De leerlingen die dreigen uit te vallen komen samen met hun ouders op gesprek bij de decaan. Die geeft dan de mogelijkheden weer en adviseert om in ieder geval in te schrijven bij een vervolgopleiding. Ouders denken vaak ‘het zal wel meevallen/ komt goed’ en ondernemen dan geen stappen richting vervolgopleiding. Leerlingen waarbij een intensief traject verwacht wordt worden gemeld bij de leerplichtambtenaar en deze stuurt naar de ouders die bij de derde leerlingbespreking bij de decaan zijn geweest een brief waarin ze vragen naar de stand van zaken met betrekking tot aanmeldingen op andere scholen. Natuurlijk is er tussentijds vaker contact met de mentor, leerlingencoördinator en teamleider en wordt er minimaal eens per zes weken naar alle lesgevende docenten informatie verstrekt over dit proces.

Eind juni/juli ontvangen de leerlingen hun eindrapport en schoolverlaters krijgen, samen met hun ouders, een gesprek met de decaan over het vervolgtraject.

Jeroen vertelt verder: ‘Door dit project zien we weinig uitval in het derde leerjaar. We benadrukken de verantwoordelijkheid van de leerling; hij/zij moet het echt zelf doen. De leerling, zijn ouders en de leerplichtambtenaar zijn op deze manier op tijd op de hoogte van dreigende uitval. We hebben nu gelukkig al enkele jaren achter elkaar nauwelijks uitval in het derde leerjaar! Dit werkt!’