Projectondersteuners Floortje van der Meer en Claudine Hogenboom

´Er gebeuren mooie dingen´
05-12-2013    Redactie    Nieuwsberichten

Floortje van der Meer en Claudine Hogenboom

In dit schooljaar, 2013/2014, is de focus van het programma vooral inhoudelijk. De aandacht is bij de uitvoering van de projecten, de concrete resultaten en leren van elkaar en er zijn duidelijke actie op de uitvallers.

We houden ze een spiegel voor
De rol van de projectondersteuner is daarbij coachend naar de projectleider toe. ‘We dragen geen dingen aan, maar geven advies als er om gevraagd wordt.’ zegt Floortje. Bij de gesprekken wordt bijvoorbeeld geluisterd naar de verhalen achter de dossieronderzoeken. ‘Tijdens een voortgangsgesprek help ik de rode draad uit het verhaal te halen en vertel ik over goede ideeën die ik op andere plekken zie die hierbij aansluiten. Zo kunnen er ook verbindingen binnen en buiten de eigen scholen gelegd worden.‘ zegt Claudine. Floortje vervolgt: ‘En we laten ze vooral kijken naar ‘wat kan jij doen’ en niet alleen focussen op procedures. Daarbij worden ook kritische vragen gesteld We willen ook eventuele negatieve consequenties laten zien. Maar bovenal is het een proces van uitproberen: soms gaan dingen goed, soms niet en daar leer je van. En je deelt je leer- en succespunten met elkaar.’

Het komt wel heel dichtbij
Daarnaast gaat er nu maandelijks een rapportage naar de scholen met daarop welke studenten er zijn uitgevallen. Scholen kunnen dan controleren of de namenlijst wel klopt maar belangrijker nog: ze kunnen kijken of ze steken hebben laten vallen en of er een patroon te herkennen is. Scholen zien een student die uitvalt als een apart incident en niet als een symptoom van de manier van begeleiden van de opleiding. Ook verzuim, een belangrijke aanwijzing voor kans om uit te vallen, wordt als apart incident gezien door de schoolteams. Docenten denken vaak dat het verzuim gerelateerd is aan de student: ‘de student gaat ’s avonds te laat naar bed en heeft daardoor moeite om op tijd op school te zijn’ bijvoorbeeld. De studenten geven echter vooral aan dat het verzuim gerelateerd is aan de instelling: ‘de lessen zijn zo saai’, ‘ik kom niet naar school voor maar 2 lesuurtjes’, ‘het is allemaal slecht geregeld’, etc.. Redenen voor verzuim zijn zeer opleidingsspecifiek. 
Opleidingen weten nu ’dit zeggen dus onze studenten’. Dat is confronterend voor de teams van de betreffende MBO-opleidingen nu de conclusies gaan over de eigen opleiding, het eigen onderwijsteam en belangrijker nog: de eigen studenten die zij bij naam kennen. Het komt wel heel dichtbij op deze manier, maar het maakt ook veel inzichtelijk.

Trots
Zowel Claudine als Floortje zijn trots op het programma. Er gebeuren mooie dingen en het is nu van belang om dit door te zetten en vast te houden. Een belangrijk punt van aandacht voor de projectondersteuners is dan ook kennis delen. Ook over twee jaar als het VSV-programma is afgelopen en er geen projectgelden meer zijn, blijft het terugdringen van schoolverlaters van belang. Scholen kunnen nu veel leren en proberen en daar straks na de programmaperiode mee verdergaan.