De binding van een BBL-er met school is anders

Jos Hegeman
11-10-2012    Redactie    Nieuwsberichten

Jos Hegeman, directeur van de School voor Procestechniek en de School voor
Techniek van het ROC Eindhoven.

Door de onderwijsteams nauw bij dit dossier te betrekken kun je per opleiding kijken naar het rendement. We gaan nu op zoek naar de opleidingen waar de grootste uitval zit. Daar kijken we of we patronen kunnen ontdekken. Als we die in beeld hebben is het makkelijker er iets aan te doen. Voor mij betekent dat werk aan de winkel want ik moet nog naar die teams toe. We zitten volop in de fase van analyse.’

De BBl-er is een typische student. Hij of zij gaat maar een dag in de week naar school en leert op de werkvloer wat de dagelijkse praktijk van de gekozen studie inhoudt. ‘Daarbij zie je dat een aantal jongeren wel goed doordrongen is van de keuze die ze maken. Techniek en zorg bijvoorbeeld zijn traditionele beroepen met een helder beeld. Daar weet je vaak al snel wat je te wachten staat. Bij economie en handel is het anders. Daar liggen de ambities en dromen verder van de werkelijkheid af.’ Hegeman vindt dat als in het contact tussen school en werkgever meer lijn komt ook voortijdige schooluitval beter getackeld kan worden.

‘De binding van een BBL-er met school is anders, omdat hij het grootste deel van de tijd op het bedrijf doorbrengt. Dat betekent dat hij ook daar een goede begeleiding en ondersteuning nodig heeft. Als er incidenten op het werk zijn, zie je die terugkoppeling wel maar het is beter om daar al meteen een goeie structuur onder te leggen. Ook de werkgever kan dan volgen hoe het met die student gaat op school. Per slot van rekening hebben zij een groot belang bij goed opgeleid personeel, want de vijver waar zij in de toekomst in moeten vissen wordt niet groter. Daarom is het goed dat de aansluiting tussen school en werk nog intensiever wordt. Die communicatie en afstemming moeten beter. Als onderwijs moeten wij daaraan werken. Dan kun je problemen sneller pareren. Ook is het belangrijk dat we signalen van onze studenten over hun werksituatie serieus nemen. Wat vertelt hij daarover op school? Als een jongen een paar dagen niet op zijn werk verschijnt, is dat dan omdat hij gewoon griep heeft, of omdat hij niet lekker in zijn vel zit?’

Uitstroom van personeel

Hegeman ziet dat ook de stagnerende conjunctuur vaker roet in het eten gooit. ‘Zeker als het gaat om branches die van de overheid afhankelijk zijn zien wij een afname van het aantal vacatures. Dat speelt op het moment sterk in de bouw, in de kinderopvang en in de zorg. Bij de techniek speelt het probleem minder. Maar over de hele linie zie je dat het moeilijker wordt om aan goede leerwerkplekken te komen. Bedrijven die eerst drie BBL-ers konden plaatsen nemen er nu een.’ De werkstroomtrekker beseft dat dit ook van invloed kan zijn op de VSV-cijfers omdat studenten onder druk van deze omstandigheden foute beroepskeuzes kunnen maken. In zijn contacten met regionale werkgevers wil het ROC daarom nog eens extra benadrukken hoe belangrijk het is dat het bedrijfsleven ook in slechtere tijden blijft investeren in leerwerkplaatsen. ‘Want het gaat nu wel een tijdje economisch wat minder, maar binnen nu en tien jaar komt er door de vergrijzing een enorme uitstroom van personeel in veel bedrijfstakken aan. Als daar nu niet op wordt ingespeeld kom je straks handjes tekort. Belangrijk is ook dat werkgevers blijven beseffen dat ze op een leerwerkplaats niet een extra medewerker binnen halen maar iemand die het vak nog moet leren. We merken dat veel werkgevers beslist de moeite nemen om BBl-ers goed te volgen in hun vorderingen met persoonlijke ontwikkelingsplannen. Volgens Hegeman heeft het ROC zelf ook nog wel wat instrumenten in handen om BBL-ers die de boot dreigen te missen binnenboord te houden. ‘Wij kunnen het ons als onderwijs en samenleving niet permitteren om gemotiveerde BBL-ers te laten lopen. Pak de bouwsector, die zit momenteel volledig op slot. Er hebben zich meer jongeren aangemeld dan er plaatsen zijn. Tijdelijk kunnen wij hen op werkplaatsen in school in een nagebootste praktijk een goed alternatief voor een leerbedrijf aanreiken