‘Als het op papier staat, komt het harder aan’

Mentor Zorg en Welzijn
08-07-2011    Redactie    Nieuwsarchief

Monique Bosma (38) is mentor Zorg en Welzijn op het Hub van Doornecollege in Deurne.

Als mentor sta je soms voor een afweging: moet ik eerlijk of sociaal wenselijk zijn bij het invullen van een doorstroom-portfolio? Ik kies altijd voor het eerste. We hebben afspraken met de ROC’s om kritisch om te springen met deze methodiek en daar kan ik mee instemmen. Bovendien hebben scholieren er niets aan als hun portfolio geen juiste afspiegeling geeft van hun talenten, capaciteiten, maar ook problemen op school.’

Monique Bosma (38) is mentor Zorg en Welzijn op het Hub van Doornecollege in Deurne. Zij werkt nu nog met de papieren versie van het doorstroomportfolio. ‘Maar ik verwacht dat we het komende schooljaar met de digitale versie aan de slag kunnen.’ Bosma gaat altijd samen met haar leerlingen aan tafel als eind van het schooljaar dit document aan de orde komt. ‘Het is niet altijd positief wat er in komt te staan en daarover moet je met de leerling overleggen, vind ik. Ik wil de vertrouwensband die ik als mentor heb niet schaden door ze heel negatief neer te zetten. Maar de weergave gegevens moet wel realistisch zijn. Niet alleen een probleem vermelden, maar ook aangeven wat er achter zit. Hoe functioneren ze in de klas, doen ze het op de stageplek; het hoort er allemaal bij.’

Een stempel

Ze weet dat de teneur van het doorstroom-portfolio een bittere pil kan zijn voor een scholier. ‘Het gaat meestal niet om nieuwe dingen, want alles is al eens tijdens reguliere gesprekken met mij aan de orde gekomen. Maar als het op papier staat lijkt het echter, komt het harder aan. Dat vinden ze vervelend. Soms moeten leerlingen ook het beeld dat ze van henzelf hebben bijstellen. Dat kost moeite en is niet prettig. En ze zijn bang dat ze er op de andere school een stempel door krijgen.’

De mentor uit Deurne merkt op dat veel van haar leerlingen beter zijn in het vermelden van hun negatieve eigenschappen dan hun talenten. ‘Ze vinden het moeilijk zichzelf positief neer te zetten. Terwijl ze bijvoorbeeld van hun stagebegeleider een betere beoordeling krijgen dan ze zelf vinden. Het past een beetje bij het soort leerlingen dat wij hebben: grote mond, klein hartje. Het is jammer dat ze zichzelf vaak tekort doen. Dan vertellen ze dat ze geen hobby’s hebben, maar doen dan toch veel aan sport of iets met kinderen. Dat vinden ze heel gewoon, zien ze niet als een talent.’