‘Regionale probleemanalyse nuanceert cijfers VSV Zuidoost Brabant’

Onderzoek KBA
01-04-2012    Redactie    Nieuwsarchief

Erik Keppels

Samen met projectleider Ton Eimers heeft hij de afgelopen maanden de schooluitval in Zuidoost Brabant in een Regionale Probleemanalyse tegen het licht gehouden. Hun bevindingen, uitgesmeerd over negen thema’s, vormen de basis voor het nieuwe VSV-beleid dat de komende jaren uitgezet zal gaan worden. Het rapport van het KBA is nog niet helemaal af, maar de grote lijnen zijn helder. Zuidoost Brabant heeft de laatste jaren niet bepaald naam gemaakt met een succesvolle aanpak van het voortijdig schoolverlaten. Het aantal drop outs liep de afgelopen drie jaar wel terug, maar aanzienlijk minder sterk dan in andere regio’s in het land. Keppels wil dit beeld nuanceren. ‘De begincijfers dateren uit het schooljaar 2005-2006. Toen zat de regio in de subtop. Nu hangt Zuidoost Brabant onderaan de middenmoot. Dat is zonder meer een stap terug, maar geen reden om te wanhopen.’

Hoewel er omtrent de oorzaken en achtergronden van VSV tussen de diverse regio’s in het land de nodige parallellen zijn te trekken, komen in de analyses ook regelmatig regionale verschillen aan de oppervlakte. ‘In Zuidoost Brabant valt de uitstroom naar onder meer particulier onderwijs en scholen in België met circa 450 leerlingen hoger uit dan de 370 die het ministerie vooraf inschatte. Deze scholieren staan onterecht in de lijst als VSV-er, want ze zijn niet uit het onderwijs weggevallen maar naar een andere school overgestapt. Op dit punt boekt de regio dus ‘winst’ in de statistieken.’

Zorgenkindje

De Probleemanalyse laat zien dat de uitval op het MBO het grootst is. Twee groepen springen er voor de KBA-onderzoeker uit. ‘Bij de BBL-ers zie je weliswaar minder afhakers dan in de BOL, maar het betreft bijna allemaal deelnemers op niveau 2, waarvan de helft in de sector techniek. Het is een specifieke problematiek die zich deels op de werkplek afspeelt. De school heeft daar niet altijd goed zicht op. Scholen en bedrijven moeten samen kijken wat hieraan te doen is.’ Een ander zorgenkindje bevindt zich volgens Keppels op MBO 3 en 4. In absolute aantallen vallen daar de meeste leerlingen uit de boot. ‘Een foute studiekeuze blijkt op die niveaus in bijna 40% van de gevallen de boosdoener te zijn. Als het onderwijs op dit specifieke aspect goede actie weet te ondernemen kunnen er grote klappers worden gemaakt. Dat kan door al op het VO en in de overdracht naar het MBO gericht en vroegtijdig me er aandacht te schenken aan studie- en loopbaankeuze. Voor de deelnemers die niet direct van het VO komen, zoals zij-instromers en herstarters, moet je het in maatregelen zoeken als een scherpe intake of een assessment. ’