‘We kunnen beter monitoren en sneller ingrijpen’

Nieuw convenant
29-03-2012    Redactie    Nieuwsarchief

Nelly Baars, de programmamanager van het convenant en Karin van Lotringen van de afdeling Onderwijs van de gemeente Eindhoven.

Volgens Karin van Lotringen van de afdeling Onderwijs van de gemeente Eindhoven zijn de bij VSV betrokken partijen de afgelopen jaren steeds meer één kant op gaan kijken. ‘Daardoor ontstaat er eenheid in handelen. Hoe onderscheiden we signalen, wanneer en hoe vertaal je dat in concrete stappen en hoe pak je dat aan? Juist de gezamenlijkheid moet voorop staan bij de aanpak.’ Zowel Van Lotringen en Baars breken een lans voor meer professionaliteit. ‘In de aansluiting van het VO op het MBO moet je kunnen werken op basis van vertrouwen in elkaars capaciteiten’, meent Baars. ‘Er moet een eerlijk beeld bestaan van de achtergrond van een leerling als deze begint aan een andere opleiding. Dan hoeft de nieuwe school bijv. niet allerlei testen uit te voeren om hier achter te komen.’

Geruisloze opstapper

Beiden zijn van mening dat een beter begrip van jongeren de sleutel is tot succes. ‘Je spreekt over pubers die een ingrijpende keuze voor hun toekomst moeten maken. Vaak zijn ze teveel met zichzelf bezig om dit af te kunnen wegen. Dus moeten we in het onderwijs beter leren denken vanuit die leerling zelf. Waar is hij of zij goed in, waar ligt zijn kracht? Wanneer straalt hij?’, aldus Van Lotringen. Volgens Baars is het voor het schetsen van een levensecht toekomstperspectief voor jongeren nodig dat de voorlichting wordt aangescherpt. ‘Als je nu op open dagen van scholen komt wordt bezoekers vooral voorgeschoteld hoe leuk een bepaalde opleiding wel niet is. Waarom er ook niet eerlijk bij vertellen dat het hard werken is bij tijd en wijle. Dan weten jongeren beter waar ze aan beginnen.’ Wil het nieuwe VSV convenant vruchten afwerpen dan is het volgens Baars nodig dat de zogeheten ‘geruisloze opstapper’ scherp in het vizier komt. ‘Het gros van de leerlingen dat uitvalt is niet het standaardtype van de moeilijke scholier met een reeks problemen. Veelal betreft het jongeren die na een lang proces stapje voor stapje op het punt terecht zijn gekomen dat ze bijna niet anders meer kunnen dan weg te blijven van school. Deze jongeren zijn met wat extra aandacht vaak al weer vooruit te helpen, maar dan is het wel nodig dat er adequaat op signalen wordt gereageerd. Ik denk dat met name de docenten op dit punt een heel belangrijke taak hebben.’