‘Ontmoeting is wezenlijk onderdeel van begeleidingscultuur’

Organisatie van Begeleiding
03-02-2011    Redactie    Nieuwsarchief

Rob Aarts

Dat moet ook zo blijven. Elke school bezit een eigen cultuur. Zorg en begeleiding moeten daarop aansluiten. Dus is er maatwerk nodig. Doe je dat niet dan wordt het eenheidsworst en dat is wel het laatste wat we moeten willen. Er zijn in Helmond drie scholengemeenschappen in het voortgezet onderwijs. Die streven met zijn drieën hetzelfde doel na, maar de weg erheen kan verschillen.’

Rob Aarts draagt twee petten. Hij is conrector op het Dr. Knippenbergcollege in Helmond. Daarnaast is hij voorzitter van het Netwerk Begeleiding & Zorg van het Samenwerkingsverband VO/SVO in de regio Helmond. ‘Dat netwerk is de plek waar we elkaar ontmoeten en informeren over voortijdig schoolverlaten, de specifieke problematiek rond leerlingen, passend onderwijs en een doorlopende leerlijn PO-VO-MBO.

Zo’n netwerk is belangrijk. Je kunt er out of the box denken, de verbinding zoeken. Die ontmoeting is een wezenlijk onderdeel van een begeleidingscultuur. Meestal kom je dan ook terecht bij andere thema’s die spelen binnen het onderwijs. We hebben het bijvoorbeeld veel over passend onderwijs. Hoe richten we dat in, hoe houden we het vangnet goed? Je ziet dat discussies over het onderwijs vaak gaan over structuur en geld. Maar scholen moeten in de eerste plaats slagvaardiger zien te worden. In het belang van het kind.’

Stuiterballen

Aarts is ervan overtuigd dat op de onder-wijsinstellingen in de regio Helmond de zorgstructuur in zijn algemeenheid goed te noemen is. ‘Over specifieke zorg moet je met elkaar afspraken maken. Conform de opdracht van passend onderwijs.’ Op zijn eigen school merkt hij dat het onderwerp begeleidingscultuur steeds vaker op de agenda staat. ‘Per schoolteam zijn ze zoekende. Wat kom je tegen in je klassen, wat kan wel, wat kan niet, wat heb je nodig? Want het moet in die klas gebeuren, tussen de leerling en die docent. Die docent is de sleutel tot succes. Hij kan het onderwijs maken of breken. Dat vraagt het nodige van die leraren. Soms hebben ze wel met 200 kinderen op een dag te maken. Daar zitten ook die stuiterballen tussen die je moet zien te matchen. Daar komt nu lijn in. Op het Knippenbergcollege hebben we inmiddels voor elk cluster een vaste begeleider. Daarnaast heeft elk team een coach.’