Het terugdringen van VSV
is een lakmoesproef

Peter Lavrijssen
11-10-2012    Redactie    Nieuwsberichten

Peter Lavrijssen, directeur van de School voor ICT en de School voor
Economie & Administratie op het ROC Eindhoven

Peter Lavrijssen, directeur van de School voor ICT en de School voor Economie & Administratie op het ROC Eindhoven, en werkstroomtrekker van deze programmalijn kan zich daar van alles bij voorstellen. ‘Het is een wat grijze categorie die lange tijd niet écht in beeld is geweest. Terwijl er toch behoorlijk wat studenten uit deze groep verdwijnen. Het grootste deel daarvan vindt zijn weg wel weer terug, maar je raakt er ook een aantal kwijt. Dat is niet goed. Niet voor het onderwijs en niet voor de student. Aan ons de taak om met slimme oplossingen hiervoor te komen.’
Volgens Lavrijssen is een lastige bijkomstigheid dat de oorzaken van het afhaken van studenten van MBO opleidingen niveau 3 en 4 velerlei zijn. ‘Soms spelen er persoonlijke problemen. Maar het kan ook een kwestie van attitude of te weinig ruggengraat zijn. Er zijn er ook die denken: ik trek er een jaar tussenuit en vervolg mijn studie dan weer. Maar een hoofdreden is toch die beroepskeuze die op hele jonge leeftijd moet worden gemaakt. Een extra complicatie is dat de kiem daarvoor al op het VMBO is gelegd. Je spreekt over jongeren van 14 jaar die daar al een richting voor de toekomst moeten kiezen. Maar ze zijn pas 17 als ze overstappen naar het MBO. In die periode tussen 14 en 17 jaar gebeurt er heel wat met zo’n jongere. Inzichten en opvattingen wijzigen. Het is te simpel om te stellen dat je met vroeger en beter voorlichten alles oplost. We zullen samen met het VMBO aan de slag moeten.’
Uit onderzoek blijkt dat van de 300 opleidingen aan het ROC Eindhoven er circa tien het grootste deel van de schooluitval voor hun rekening nemen. Lavrijssen wil deze opleidingen snel tegen het licht houden. ‘We gaan deze opleidingen nu selecteren. Daarna willen we met de onderwijsteams in kwestie van een plan van aanpak maken dat op de werkvloer wordt uitgevoerd, inclusief doelen en acties om de uitval te reduceren. Elke opleiding moet zo’n plan van aanpak hebben. Vier of vijf keer per jaar wil ik samen met de teams en hun leiding kijken hoe de uitvoering in zijn werk gaat. Wat loopt goed, wat loopt minder? Waarop moeten we bijsturen? Als werkstroomtrekker wil ik er dicht op gaan zitten. Want het terugdringen van VSV is een lakmoesproef. Het moet nu maar eens gebeuren.’

Andere partners

Hij beseft dat de lat hoog ligt. ‘Bij onze doelgroep mag het VSV aan het einde van de convenantperiode maximaal op 2,5 liggen. Dat vind ik wel spannend. Duidelijk is wel dat we deze doelstelling als school alleen nooit voor elkaar kunnen krijgen. We hebben daar ook andere partners bij nodig zoals de gemeente, de kenniscentra en het schoolmaatschappelijk werk.’ Lavrijsen vindt tevens dat er meer werk gemaakt moet worden van een andere partij die bij dit thema betrokken is: de ouders. ‘Als er een stevig gezin achter zo’n student staat kun je ook langs die weg het nodige bereiken. Elke ouder wil het beste voor zijn kind, van dat gegeven moeten wij meer gebruik gaan maken. Bij sommige opleidingen spelen ouders al een rol als de intake en de plaatsing aan de orde zijn, maar ik denk dat er op dit punt voor de scholen nog meer te halen is.’
In zijn visie vervullen de onderwijsteams en de docenten de sleutelrol voor een succesvolle aanval op VSV. ‘Het primaat hoort bij het team te liggen. Zij kunnen bij studenten het probleem en de oplossing ervoor snel in kaart brengen. Dat is belangrijk omdat het beeld nogal kan verschillen per opleiding. Op een zorgopleiding kunnen heel andere zaken spelen dan bij sport bijvoorbeeld. Daarom willen we niets van bovenaf opleggen; het moet uit die teams komen. Los daarvan zijn we al een heel eind in de goeie richting opgeschoven. Docenten die alleen sec met hun vak bezig zijn bestaan niet meer. Die tijd hebben we gehad. De docent is steeds meer een loopbaanbegeleider. Dat doen we heel behoorlijk, maar we zullen studenten nog meer structuur moeten bieden. Op dat onderdeel zullen we