We gaan nu écht de diepte in

Wietske Piek
11-10-2012    Redactie    Nieuwsarchief

Wietske Piek, directeur van Mens & Maatschappij van het ROC ter AA in Helmond.

Wat dat laatste instrument betreft denkt Piek dat het zijn ware betekenis nog moet tonen. ‘Het is een nog relatief nieuw fenomeen. Inmiddels wordt 25 % van alle portfolio’s nog digitaal aangeleverd. Naarmate dat percentage stijgt gaat het ook een belangrijkere rol spelen voor de VMBO leerlingen en hun mentoren en ouders. Het sterke ervan is dat het een totaalindruk schetst van zo’n jongere. Natuurlijk ligt er in zo’n vierde leerjaar voor een VMBO-er een sterke focus op de cijfers, maar het beeld is incompleet als je geen aandacht schenkt aan haar of zijn competenties en sterke en minder sterke punten. Piek is blij dat het nieuwe convenant VSV het accent legt op vier werkstromen. ‘Het vorige convenant wilde VSV over de volle breedte aanvliegen en was te generalistisch van opzet. Dit convenant dwingt ons om bijna op leerlingenniveau naar schooluitval te kijken. We gaan echt de diepte in. Daardoor komen we niet alleen uit bij de echte problemen, we kunnen ook snel zien wat het effect is van bepaalde methodieken en oplossingen.

Uit alle onderzoeken naar VSV blijkt dat een juiste studie- en beroepskeuze goud waard is. Voor veel mensen op de VMBO zit daar de crux. Ze zijn nog erg jong als ze al moeten kiezen voor iets waar ze een groot deel van hun leven aan vastzitten. Vaak missen ze het overzicht of de kennis om de goede keuze te maken of komen ze er later achter dat de studie te hoog gegrepen was of het beroep toch tegenvalt. ‘Laten we echter niet vergeten dat de keuze wordt beperkt door wat leerlingen kunnen en niet kunnen. Techniek en zorg vallen dan al voor veel jongeren af, dat zit er gewoon niet in. Aan een aantal richtingen zie je dat het restkeuzes zijn, zoals Helpende Zorg en Welzijn. Daar komen leerlingen op terecht die daar eigenlijk niet bewust voor gekozen hebben zodat je op die opleiding eerder met een gebrek aan motivatie te maken hebt. Het is ook een kwetsbare groep. Ze hebben vaak geen positieve schoolloopbaan en een negatief zelfbeeld. Maar het zijn wel de handjes die we straks nodig hebben op de arbeidsmarkt. Juist bij deze leerlingen kunnen de competenties en de vaardigheden waar ze wel over beschikken de sleutel tot succes vormen.’

Rood, groen en oranje

Niet alleen blijkt het beroepsbeeld van VMBOers vaak diffuus te zijn, ook het cultuurverschil speelt de overstappers soms parten. ‘Het VMBO is schoolser terwijl het MBO zijn studenten behandeld als beginnende beroepsbeoefenaren die zelfstandig moeten kunnen werken en handelen. Een voorbeeld: op sommige VMBO scholen werken ze met rode, oranje en groene kaarten en mogen mobieltjes niet de klas in. Bij ons werkt dat niet. Natuurlijk zijn er regels, maar die zijn gekoppeld aan de praktijk waar ze straks in terecht komen. Zoiets is wennen voor een leerling die uit een wat strakker georganiseerde omgeving komt.’ Per VMBO is aan te geven hoe hoog het percentages leerlingen is dat later op het MBO uitvalt. Voor Piek is dat een belangrijke richtsnoer. ‘We beginnen met het aanpakken van het probleem op de scholen met de meeste uitval. Dat wil helemaal niet zeggen dat het slechte scholen zijn, want er bestaan nu eenmaal richtingen waar traditioneel veel studenten met een restkeuze vandaan komen. Daar kun je weinig aan doen.’ Wat volgens Piek wel al meteen vruchten af zou werpen zou helpen is dat de VMBO opleidingen de beroepenoriëntatie steviger neerzetten. ‘Er zijn al wel scholen die hun leerlingen snuffelstages laten lopen, maar op dit punt is nog veel meer te bereiken. Het is belangrijk om daar samen met het VMBO nieuwe ideeën over te ontwikkelen.’