‘Leren om anders met een lastige leerling om te gaan’

Zorg- en begeleidingscultuur
03-02-2011    Redactie    Nieuwsarchief

Maria Toenders, zorgcoördinator op De Groene Campus.

Dat toont aan dat zo’n proces meer behelst dan het omdraaien van een knop. Vergeet niet; we hadden op dit vlak niks op deze school. Enkele jaren terug konden we een lastige leerling nog de deur wijzen, nu moeten we er iets mee. We boeken op deze thema’s flinke vooruitgang maar er is nog veel te doen’, zegt Maria Toenders, zorgcoördinator op De Groene Campus.

Ze merkt dat de progressie vooral bij het docentenkorps zit. ‘Leraren hebben handvaten en vaardigheden nodig om een goede begeleider of coach te kunnen zijn. Daar worden ze gericht op getraind. De meeste docenten beginnen er sceptisch aan. De werkdruk is hoog en ze zitten niet te wachten op moeilijke studenten die om extra zorg en begeleiding vragen. Maar docenten komen meestal heel enthousiast van zo’n cursus terug. Ze zien in dat je met goede begeleiding problematische studenten langer in de klas houdt. Wat ze vooral leren is om op een andere manier met een lastige leerling om te gaan. Zo’n jongen of meisje is niet alleen maar moeilijk te hanteren, maar heeft ook talenten en goede kanten. Daar liggen de kansen. ’

Donkere wolken

Toenders noemt twee trajectmaatregelen die vruchten afwerpen. ‘Onze leerlingenbespreking ‘nieuwe stijl’ maakt dat problemen van een student snel in beeld komen. Daarnaast zijn er intervisiebijeenkomsten met externe zorgdeskundigen die onze leraren ondersteunen.’ Hoewel De Groene Campus de zorg en begeleiding van leerlingen met een gebruiksaanwijzing steeds beter in de vingers krijgt, ziet zij ook donkere wolken. ‘Je krijgt minder geld dan je wilt, terwijl de overheid tegelijk de zorgeisen voor scholen opschroeft. De bedrijfsvoering van de moderne onderwijsinstelling werkt ook vaak niet mee. Probeer alle lesgevende mensen die je nodig hebt maar eens rond de tafel te krijgen. Dat lukt niet altijd en is frustrerend. Ook voor de mentoren van de klassen, want die krijgen daardoor te weinig feedback en input.’